POEET
studie: een TNF-holiday? Als het kan: doen!
Onderzoek,
met uw hulp!
Er
worden goede resultaten bereikt met een ‘nieuwe generatie’
geneesmiddelen, de TNF α-blokkers. Helaas is er ook een
keerzijde: de bijwerkingen van het medicijn kunnen ingrijpend zijn.
Hoe ver gaat nu de invloed van het medicijn en wie kan er zonder?
Deze maand start een langdurig, wetenschappelijk onderzoek om die
vragen te beantwoorden. Dr. Tim Jansen, reumatoloog in het UMC Sint
Radboud, legt uit waarom het zo belangrijk is dat patiënten met
reumatoïde artritis deelnemen aan het onderzoek.
Wat
zijn TNF α-blokkers precies?
‘Het
zijn zogenaamde ‘biologicals’. Deze medicijnen worden gemaakt
via biotechnologische processen, met behulp van levende cellen. We
kennen vijf typen TNF α-blokkers: infliximab (Remicade ®),
etanercept (Enbrel ®), adalimumab (Humira ®), certolizumab pegol (cimzia
®) en golimumab (simponi ®).’
Het
ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft de
Nederlandse Vereniging voor Reumatologie gevraagd de doelmatigheid
van TNF α-blokkers te onderzoeken. Waarom?
‘De
ontwikkeling en productie van TNF α-blokkers is ingewikkeld en
dus duur. Gebruik van het medicijn kan bovendien leiden tot
bijwerkingen die de kwaliteit van leven van RA-patiënten op de
lange duur beïnvloeden. Dat betekent dat het heel belangrijk is om
te weten in hoeverre het geneesmiddel doet wat we ervan verwachten.
En in hoeverre patiënten op een gegeven moment weer zonder kunnen.
Met de term ‘doelmatigheid’ wordt dus bedoeld: TNF α-blokkers
op de juiste manier en aan de juiste patiënten voorschrijven.’
Weten
we daar nog maar zo weinig van?
‘De
farmaceutische industrie heeft de TNF α-blokkers ontwikkeld en
zeer goed onderzocht welke patiënten in aanmerking komen voor het
gebruik ervan. De resultaten zijn uitstekend, maar we moeten de ogen
niet sluiten voor de bijwerkingen. Medicatie moet je alleen nemen
als daar (nog) een reden voor is. De bal ligt dus nu bij de
reumatologen en hun patiënten: wie kan er zonder TNF α-blokkers
en wie niet?
Wat
houdt de POEET (Potential
Optimalisation of Expediency & Effectiveness of TNF-inhibitors)
studie in?
‘Met
de hulp van honderden – en liefst duizend – RA-patiënten gaan
we kijken, in deze landelijk
uitgevoerde studie, of het mogelijk is om te stoppen met TNF α-blokkers
als de ziekte geruime tijd ‘rustig’ is, met weinig tot geen
ontstekingshaarden. Twee derde van de deelnemers stopt, de anderen
gaan door met het gebruik van de medicatie. In 2014 ronden we het
onderzoek af en weten we of stoppen onder bepaalde voorwaarden
mogelijk is.’
Welke
uitkomst verwacht u?
‘Ik
ken patiënten die - los van het onderzoek - zijn gestopt met het
gebruik van TNF α-blokkers. Ze deden dat omdat ze benieuwd
waren of ze zonder konden of omdat de bijwerkingen na een lange
periode van gebruik te ernstig werden. Het resultaat verschilde: de
ene patiënt kon dertig jaar zonder, een ander moest na een half
jaar weer beginnen. Je kunt pas echt uitspraken doen als je een
grote groep patiënten volgt. Hopelijk kunnen we over een paar jaar
beter dan nu voorspellen wie grote kans maakt om succesvol te
stoppen en wie beter door kan spuiten.’
U
raadt patiënten aan om mee te werken aan het onderzoek. Waarom is
dat?
‘Ik
zie inderdaad het liefst zoveel mogelijk RA-patiënten meewerken aan
het onderzoek. Hoe eerder we weten of stoppen mogelijk is, hoe
minder nadelige gevolgen van onnodig gebruik. Tegelijkertijd geldt
dat hoe beter we kunnen onderbouwen dat andere RA-patiënten
afhankelijk zijn van hun medicatie, hoe groter de kans dat die
blijvend vergoed wordt. De uitkomsten van het onderzoek zijn dus
altijd in het voordeel van de patiënt.’