|
Reumatoloog
De
reumatologen van de Sint Maartenskliniek vullen op deze plaats
maandelijks een rubriek, liefst met antwoorden op vragen van onze
leden/patiënten.
Dr. M.
Jeurissen, legt uit
wat de rol is van de reumatoloog bij vaatontsteking (=
vasculitus)
Ontsteking
van de bloedvaten wordt ook wel vasculitis genoemd. Het is een vrij
zeldzaam voorkomende ziekte, die zich op vele manieren kan
presenteren. De ontsteking zit vrijwel altijd in de slagaders van
het lichaam. De klachten kunnen zeer uiteenlopend zijn en variëren
van hoesten met opgeven van bloed, pijnlijke rode ogen, bloederige
korsten uit de neus, diverse soorten huid (o.a. rode vlekken op
vooral onderbenen) en nagelafwijkingen, gevoelstoornissen aan
ledematen, soms verlamming aan een voet (acute "klapvoet"
) of hand, koorts, afvallen, nierfunctie stoornis en last but not
least spier en gewrichtsklachten zoals ontstoken gewrichten,
spierpijnen en stijfheid. Tenslotte zijn er ook nog een groep
patiënten met nieuw ontstane eenzijdige hoofdpijn, soms pijn met
kauwen en plotseling problemen met zien en/of horen. Benadrukt moet
worden dat al deze symptomen niet bij iedere patiënt met vasculitis
voorkomen, maar vaak enkele of soms in het begin maar één en in de
loop van weken (soms maanden) andere. De "kunst" van de
eerste arts is om bij specifieke klachten aan dit zeldzame
ziektebeeld te denken en bij onvoldoende expertise door te verwijzen
naar een specialist. Uit deze opsomming van klachten is het te
begrijpen dat patiënten zich in het begin bij vele specialisten (bv
KNO arts, oogarts, neuroloog, longarts, huidarts) kunnen melden of
door de huisarts naar hen wordt verwezen.
De
reumatoloog en internist zijn bij uitstek de specialisten met
expertise in de diagnose en behandeling van deze zeldzame
aandoening.
Het
ziektebeeld heeft alle kenmerken van een systeemziekte d.w.z. een
ziekte die het hele lichaam kan aantasten en zich niet beperkt tot
een deel van het lichaam. Vasculitis kan een ziektebeeld op zich
zijn (= primair), maar ook als complicatie van een reeds bestaande
reumatische ziekte (= secundair). Voorbeelden zijn vasculitis door
chronische gewrichtsreuma (=Reumatoïde Artritis) of Systemische
Lupus erythematosus (SLE). Naast reeds bestaande gewrichtsklachten
en huidafwijkingen (bij SLE), kunnen er nieuwe, andere
huidafwijkingen ontstaan naast gevoelsstoornissen of soms zelfs
uitval van zenuwbanen. Vasculitis bij een reeds bekende reumatische
ziekte treft bijna altijd de kleine bloedvaten en soms de
bloedvaatjes, die langs de zenuwbanen lopen.
De
diverse vormen van vasculitis worden op grond van de grootte van de
bloedvaten ingedeeld met vaak specifieke symptomen passend bij dat
ziektebeeld maar vrijwel altijd een raakvlak met de reumatologie:
-
grote bloedvaten (d.w.z. delen van de lichaamsslagader is: aorta en
vaak arm- en beenvaten zijn ontstoken) voorbeelden zijn
Reuscelarteritis (ook wel Arteritis Temporalis genoemd) en ziekte
van Takayasu
-
middelgrote bloedvaten ontstoken: b.v. PAN (Poly-Arteritis Nodosa)
en ziekte van Kawasaki ( deze laatste ziekte komt alleen bij
kinderen voor)
-
kleine bloedvaten: Poly-angitis met Granulomatose (vroeger ziekte
van Wegener genoemd), Churg Strauss syndroom, Henoch Schönlein
purpura, vasculitis bij andere auto-immuunziekte als RA en SLE etc,
door virussen veroorzaakte vasculitis (kan ook in grotere vaten
voorkomen).
Wat
is de oorzaak van vasculitis?
In
de meeste gevallen wordt er geen oorzaak gevonden en wordt
vasculitis gerekend tot de auto-immuunziekten. Als gevolg van een
ontregeling van het immuunsysteem raakt het lichaam "van
slag" en kunnen bloedvaten ontstoken raken. In een klein aantal
gevallen wordt wel een oorzaak gevonden: o.a. vasculitis veroorzaakt
door bepaalde virussen (hepatitis B en C, parvovirus, Cytomegalie
etc.) en bacteriën (oa streptococ, stafylococ) en zelden als gevolg
van het gebruik van bepaalde medicamenten. Voorbeelden van
medicamenten die in zeldzame gevallen een vasculitis kunnen
veroorzaken (n.b. bij de meeste patiënten gelukkig niet)
Proylthio-uracil (medicijn gebruikt bij de behandeling van een te
snelle schildklier werking), sommige antibiotica (o.a. Ciproxin)
zelden Singulair (gebruikt bij de behandeling van astmatische
bronchitis), middelen tegen hoge bloeddruk (o.a. Enalapril), soms
middelen juist gebruikt bij de behandeling van RA (o.a.
Sulfasalazine, Indocid)
Hoe
wordt de diagnose Vasculitis gesteld?
Naast
de eerder genoemde symptomen en klachten, zijn aanvullende
onderzoekingen nodig. Deze kunnen beperkt zijn tot bijvoorbeeld
alleen bloedonderzoek, maar soms veel uitgebreider zoals
Röntgenfoto’s van de longen en bijholten, CT-scan van longen of
andere organen, weefsel onderzoek (van huid, bloedvat, spier, nier
of longweefsel), zenuwonderzoek (zgn EMG), vaatonderzoek etc.
Is
vasculitis te behandelen en hoe?
Wanneer
er een oorzaak gevonden is voor de vasculitis (b.v. als gevolg van
een infectie of een medicament), dan is het belangrijk om de
infectie goed te behandelen en het oorzakelijke medicijn te stoppen.
Zoals
in de inleiding al genoemd is, wordt er meestal geen oorzaak voor de
vasculitis gevonden en volgt behandeling met medicijnen die de
verstoorde afweer weer reguleert, waardoor de vaatontsteking
rustiger wordt. Meestal is het een combinatie van prednison en
andere geneesmiddelen zoals Azathioprine, Methotrexaat of Endoxan (
in tablet vorm en soms in een infuus). Tegenwoordig zijn er voor
bepaalde soorten vasculitis ook nieuwere middelen beschikbaar zoals
Rituximab en Tocilizumab (via een infuus), indien eerder genoemde
medicijnen onvoldoende werken of teveel bijwerkingen geven. Wanneer
u nog meer wilt weten over vasculitis, dan is het mogelijk om
contact op te nemen met het Reumafonds ( reumalijn 0900-2030300 of
website
www.reuma-online.nl)
of de Wegener Stichting (072-5090909 of website fws.info@vasculitis.nl)
of uiteraard met uw behandelend reumatoloog.
Morbus
Bechterew en Pseudo-Bechterew
Dr. Marcel Franssen,
reumatoloog legt uit wat het verschil is bij de diagnose Morbus Bechterew en
Pseudo-Bechterew. Rugklachten komen heel veel voor, ook op
jonge leeftijd. Een van de hoofdklachten van mensen met de
ziekte van Bechterew vormen lage rugklachten.
De
ziekte van Bechterew is op zichzelf een zeldzame aandoening,
ongeveer 0.2% van de gehele volwassen bevolking heeft deze ziekte.
Hierdoor wordt deze diagnose vaak gemist of laat gesteld, wat heel
begrijpelijk is. Daar komt nog bij, dat in het begin van de ziekte
het lichamelijk onderzoek, laboratorium- en röntgenonderzoek ons
helemaal in de steek laat; er wordt niets gevonden! Kunnen we daar
niets aan doen? Ja zeker, door te blijven denken aan deze ziekte bij
jonge mensen met lage rugklachten. Deze rugklachten gaan gepaard met
een ochtendstijfheid en bedrust doet de klachten toenemen: het is
juist goed om te bewegen. De pijn wordt in de loop van de dag ook
wat minder. De pijn is het hevigst in de nanacht en ochtend. Ook
wordt de pijn veel minder na het gebruik van ontstekingsremmende
pijnstillers als naproxen.
In
de familie kan de ziekte voorkomen, maar dat is zeker niet altijd
het geval. We weten dat de ziekte een erfelijke achtergrond heeft,
die we kunnen zien in het bloed. We vinden dan een positieve HLA-B27
bepaling. Toch wordt nog steeds de fout gemaakt om - wanneer men
deze erfelijke factor vindt bij iemand met rugklachten - het dan
voor zeker aan te nemen dat het de ziekte van Bechterew betreft.
Immers, ongeveer 8% van de Nederlandse bevolking is HLA-B27
positief, slechts 2% van deze mensen krijgt of heeft de ziekte van
Bechterew, de rest mankeert niets wat dat betreft! Een heel gevoelig
onderzoek is een MRI van het heiligbeen-bekkengewricht (zogenaamde
SI-gewricht). Daarop kun je al in een vroeg stadium ontstekingen
zien. Zijn op de MRI geen ontstekingen zichtbaar, dan wordt het wel
heel onwaarschijnlijk dat iemand de ziekte van Bechterew heeft. Dan
komen we in het gebied van de Pseudo- Bechterew terecht. Het
voorzetsel “pseudo” wil zeggen dat de klachten lijken op een
Bechterew. Een Pseudo-Bechterew
is geen Bechterew, omdat een ontsteking in de rug of SI-gewricht
niet kan worden aangetoond en de patiënt toch klachten heeft, die
op de ziekte kunnen wijzen.
Patiënten
met deze ziekte kunnen een scala van klachten hebben:
-
De
hierboven beschreven rugklachten.
-
Eenzelfde
klacht, maar dan van de borstwand, dus pijn op de borst in de
nanacht en ochtend met stijfheid en een benauwd gevoel, dat in
de loop van de dag weer verdwijnt.
-
Een
gewrichtsontsteking van meestal de beengewrichten zoals knie en
enkel.
-
Aanhechtingspijnen
vooral rond de bekkenkam en hiel, maar ook in de armen en benen.
-
Huidverschijnselen
en nagelveranderingen, die passen bij een psoriasis.
-
Slijmvliesdefecten
in de mond en darmen passend bij de ziekte van Crohn. Dit
laatste is een reumatische ontsteking van de darmen en gaat
gepaard met buikkrampen en een bloederige diarree.
-
Daarnaast
komen bij deze patiënten in de familie vaak mensen voor met de
ziekte van Bechterew, psoriasis, ziekte van Crohn of een
gewrichtsontsteking zonder bekende oorzaak.
-
Ook
de erfelijke factor HLA-B27 komt vaker voor, maar minder vaak
dan bij de ziekte van Bechterew.
U
begrijpt dat dit een ingewikkelde materie is en dat daarvoor
verwijzing naar de reumatoloog noodzakelijk is. Zo ziet u dat de
diagnostiek bij de ziekte van Bechterew niet gemakkelijk is om een
aantal bovenvermelde redenen. Mede hierdoor en doordat het weinig
voorkomt in de praktijk, is het voor de huisarts erg moeilijk om de
diagnose te stellen. Dus bij twijfel is overleg met een reumatoloog
altijd mogelijk en zelfs nodig.
Veranderingen
in vergoeding van fysiotherapie
Met
ingang van 2012 zijn er een paar veranderingen gekomen voor
fysiotherapie in de basisverzekering. Marcel Flendrie,
reumatoloog, geeft uitleg wat de veranderingen voor gevolgen
heeft voor mensen met klachten van het bewegingsapparaat.
Veranderingen
in de vergoeding voor fysiotherapie
Jaarlijks
gaan ongeveer 3 miljoen mensen naar de fysiotherapeut, veelal met
klachten of aandoeningen van het bewegingsapparaat. Met ingang van
2012 zijn er een paar veranderingen gekomen in de vergoeding voor
fysiotherapie in de basis verzekering. Dit kan gevolgen hebben voor
mensen met een aandoening van het bewegingsapparaat, die op dit
moment of het komend jaar naar de fysiotherapeut gaan.
Het
doel van fysiotherapie is het voorkomen, verbeteren of compenseren
van problemen van ons houdings- en bewegingsapparaat via
verschillende technieken. Met name de oefentherapie leidt tot
wetenschappelijk bewezen functie verbetering en pijn vermindering.
Het is belangrijk dat we ons realiseren dat de meeste winst hier te
behalen valt uit relatief eenvoudige oefeningen en training. De
fysiotherapeut kan hier richting aan geven bij mensen met fysieke
beperkingen, zeker in de opstartfase, maar het uiteindelijke succes
zal meer en meer afhangen van de eigen actieve inbreng en inzet van
patiënten. Letterlijk en figuurlijk vaak een kwestie van de lange
adem!
Hieronder
volgt een korte beschrijving van de wijzigingen in de vergoeding
voor fysiotherapie. Deze wijzigingen gelden voor mensen van 18 jaar
en ouder. Voor kinderen gelden andere vergoedingsregels.
Vergoeding
van fysiotherapie vanuit het basispakket
Vanuit
het basis pakket worden alleen behandelingen vergoed indien de
aandoeningen waarvoor de fysiotherapie wordt aangevraagd op de
zogenaamde ‘chronische lijst’ staan. Indien de aandoening niet
op deze lijst vermeldt staat, is er dus geen vergoeding vanuit het
basis pakket. Een belangrijke wijziging is dat de behandeling alleen
vergoed wordt vanaf de 21ste behandeling. De eerste 20 behandelingen
worden dus niet vergoed vanuit het basis pakket (dit was voorheen 12
behandelingen). Het hangt dus van uw aanvullende verzekering af of u
eventueel wel voor vergoeding in aanmerking komt.
Vergoeding
voor een aantal chronische aandoeningen stopt.
Een
tweede belangrijke wijziging is dat de lijst ‘chronische
aandoeningen’ is ingekort, d.w.z. steeds minder chronische
aandoeningen komen voor behandeling in aanmerking. Aandoeningen van
het bewegingsapparaat die vanaf 2012 niet meer voor vergoeding
vanuit het basis pakket in aanmerking komen zijn: reumatoïde
artritis of chronische reuma; chronische artritis (chronische
gewrichtsontsteking niet nader gespecificeerd), spondylitis
ankylopoetica (de ziekte van Bechterew), reactieve artritis,
juveniele (idiopatische) chronische artritis en wervelfractuur als
gevolg van osteoporose.
Ook
verschillende hartproblemen gelden niet meer als indicatie voor
vergoeding vanuit het basis pakket. Heeft u een van bovenstaande
aandoeningen, dan stopt de vergoeding vanuit het basispakket per 1
januari 2012, tenzij de al behandeling in 2011 is gestart. De
volledige lijst van aandoeningen die nog wel voor vergoeding uit het
basis pakket in aanmerking komen is te vinden op de website:
www.veranderingenindezorg.nl
Als
u in 2011 al fysiotherapie kreeg en de behandeling loopt door
Indien
u in 2011 bent begonnen met chronische fysiotherapie en deze
behandeling loopt door in 2012 voor een aandoening die zowel in 2011
als in 2012 op de chronische lijst staat, dan gelden de regels uit
2011. Dit wil zeggen dat u de eerste 12 behandelingen niet vergoed
krijgt uit het basis pakket (de ‘oude’ situatie), maar wel vanaf
de 13e behandeling. U hoeft niet alsnog behandeling 13 tot en met 20
zelf te betalen wanneer deze (gedeeltelijk) in 2012 plaatsvinden.
Vergoeding
van therapie vanuit een aanvullend pakket
Of
u voor een vergoeding vanuit uw aanvullende zorgverzekering in
aanmerking komt is afhankelijk van uw polis. Ik raad u aan om uw
polisvoorwaarden hierop goed na te kijken en bij vragen contact op
te nemen met uw zorgverzekeraar. Ook kunt u op de website http://www.defysiotherapeut.com/bent-u-goed-verzekerd_.html
informatie vinden over de vergoeding. Op deze site staat ook een
overzicht van alle aanvullende verzekeringen met hun verschillende
vergoeding van fysiotherapie (http://www.defysiotherapeut.com/bent-u-goed-verzekerd/dekkingsoverzicht071211.pdf).
P.s. Ik heb dit laatste dekkingsoverzicht niet gecheckt op juistheid
en volledigheid.
Tot
slot
We
kunnen concluderen dat de vergoeding voor chronische fysiotherapie
de laatste jaren uitgekleed wordt. Hierdoor zal ook de fysiotherapie
zelf veranderen. Het accent zal in de toekomst meer en meer komen
liggen op een adviserende rol van de fysiotherapeut. Denk hierbij
aan het opstarten van medische trainingstherapie en vormen van
fysiofitness. Er zal hierbij een actievere en meer zelfstandige
inbreng van patiënten verlangd worden. Het zelfstandig oefenen zal
meer centraal komen te staan in het onderhouden van onze gezondheid.
Ik wens iedereen hierbij succes en een actief 2012!
|
*** |
Naar
boven? Dubbelklik op een willekeurige plaats van de pagina |
*** |
|