....
Agenda Belangenbehartiging Lidmaatschap Contact
 

Homepagina

Onze vereniging

Bestuur

Infobijeenkomsten

Activiteiten

Jongeren

Lotgenotencontact

Reumatologen

Reumaconsulenten

Wetenschappelijk onderzoek

Foto's

De Maandbrief

Reumafonds

Links

Nieuwsfeiten

Informatie en nieuws over Reuma

Bewegen bij RPV Nijmegen?

Zoeken

 

Typ
hier een zoekterm  en klik vervolgens op enter

 

Pagina Reumatologen

Archief Reumatologen

 

Inhoud van deze pagina: (klik op de hier onderstaande link om direct naar het onderwerp van keuze te gaan)

Vragenuurtje bij de reumatoloog - De diagnose Morbus Bechterew en Pseudo-Bechterew (aflevering januari 2012) -
Veranderingen in vergoeding van fysiotherapie - (aflevering feb. 2012) Vaatontsteking (Vasculitus) (aflevering mrt.2012)

Reumatoloog

De reumatologen van de Sint Maartenskliniek vullen op deze plaats maandelijks een rubriek, liefst met antwoorden op vragen van onze leden/patiënten. 

Dr. M. Jeurissen, legt uit wat de rol is van de reumatoloog bij vaatontsteking (= vasculitus)

Ontsteking van de bloedvaten wordt ook wel vasculitis genoemd. Het is een vrij zeldzaam voorkomende ziekte, die zich op vele manieren kan presenteren. De ontsteking zit vrijwel altijd in de slagaders van het lichaam. De klachten kunnen zeer uiteenlopend zijn en variëren van hoesten met opgeven van bloed, pijnlijke rode ogen, bloederige korsten uit de neus, diverse soorten huid (o.a. rode vlekken op vooral onderbenen) en nagelafwijkingen, gevoelstoornissen aan ledematen, soms verlamming aan een voet (acute "klapvoet" ) of hand, koorts, afvallen, nierfunctie stoornis en last but not least spier en gewrichtsklachten zoals ontstoken gewrichten, spierpijnen en stijfheid. Tenslotte zijn er ook nog een groep patiënten met nieuw ontstane eenzijdige hoofdpijn, soms pijn met kauwen en plotseling problemen met zien en/of horen. Benadrukt moet worden dat al deze symptomen niet bij iedere patiënt met vasculitis voorkomen, maar vaak enkele of soms in het begin maar één en in de loop van weken (soms maanden) andere. De "kunst" van de eerste arts is om bij specifieke klachten aan dit zeldzame ziektebeeld te denken en bij onvoldoende expertise door te verwijzen naar een specialist. Uit deze opsomming van klachten is het te begrijpen dat patiënten zich in het begin bij vele specialisten (bv KNO arts, oogarts, neuroloog, longarts, huidarts) kunnen melden of door de huisarts naar hen wordt verwezen.

De reumatoloog en internist zijn bij uitstek de specialisten met expertise in de diagnose en behandeling van deze zeldzame aandoening.

Het ziektebeeld heeft alle kenmerken van een systeemziekte d.w.z. een ziekte die het hele lichaam kan aantasten en zich niet beperkt tot een deel van het lichaam. Vasculitis kan een ziektebeeld op zich zijn (= primair), maar ook als complicatie van een reeds bestaande reumatische ziekte (= secundair). Voorbeelden zijn vasculitis door chronische gewrichtsreuma (=Reumatoïde Artritis) of Systemische Lupus erythematosus (SLE). Naast reeds bestaande gewrichtsklachten en huidafwijkingen (bij SLE), kunnen er nieuwe, andere huidafwijkingen ontstaan naast gevoelsstoornissen of soms zelfs uitval van zenuwbanen. Vasculitis bij een reeds bekende reumatische ziekte treft bijna altijd de kleine bloedvaten en soms de bloedvaatjes, die langs de zenuwbanen lopen.

De diverse vormen van vasculitis worden op grond van de grootte van de bloedvaten ingedeeld met vaak specifieke symptomen passend bij dat ziektebeeld maar vrijwel altijd een raakvlak met de reumatologie: 

- grote bloedvaten (d.w.z. delen van de lichaamsslagader is: aorta en vaak arm- en beenvaten zijn ontstoken) voorbeelden zijn Reuscelarteritis (ook wel Arteritis Temporalis genoemd) en ziekte van Takayasu

- middelgrote bloedvaten ontstoken: b.v. PAN (Poly-Arteritis Nodosa) en ziekte van Kawasaki ( deze laatste ziekte komt alleen bij kinderen voor)

- kleine bloedvaten: Poly-angitis met Granulomatose (vroeger ziekte van Wegener genoemd), Churg Strauss syndroom, Henoch Schönlein purpura, vasculitis bij andere auto-immuunziekte als RA en SLE etc, door virussen veroorzaakte vasculitis (kan ook in grotere vaten voorkomen).

Wat is de oorzaak van vasculitis?

In de meeste gevallen wordt er geen oorzaak gevonden en wordt vasculitis gerekend tot de auto-immuunziekten. Als gevolg van een ontregeling van het immuunsysteem raakt het lichaam "van slag" en kunnen bloedvaten ontstoken raken. In een klein aantal gevallen wordt wel een oorzaak gevonden: o.a. vasculitis veroorzaakt door bepaalde virussen (hepatitis B en C, parvovirus, Cytomegalie etc.) en bacteriën (oa streptococ, stafylococ) en zelden als gevolg van het gebruik van bepaalde medicamenten. Voorbeelden van medicamenten die in zeldzame gevallen een vasculitis kunnen veroorzaken (n.b. bij de meeste patiënten gelukkig niet) Proylthio-uracil (medicijn gebruikt bij de behandeling van een te snelle schildklier werking), sommige antibiotica (o.a. Ciproxin) zelden Singulair (gebruikt bij de behandeling van astmatische bronchitis), middelen tegen hoge bloeddruk (o.a. Enalapril), soms middelen juist gebruikt bij de behandeling van RA (o.a. Sulfasalazine, Indocid)

Hoe wordt de diagnose Vasculitis gesteld?

Naast de eerder genoemde symptomen en klachten, zijn aanvullende onderzoekingen nodig. Deze kunnen beperkt zijn tot bijvoorbeeld alleen bloedonderzoek, maar soms veel uitgebreider zoals Röntgenfoto’s van de longen en bijholten, CT-scan van longen of andere organen, weefsel onderzoek (van huid, bloedvat, spier, nier of longweefsel), zenuwonderzoek (zgn EMG), vaatonderzoek etc.

Is vasculitis te behandelen en hoe?

Wanneer er een oorzaak gevonden is voor de vasculitis (b.v. als gevolg van een infectie of een medicament), dan is het belangrijk om de infectie goed te behandelen en het oorzakelijke medicijn te stoppen.

Zoals in de inleiding al genoemd is, wordt er meestal geen oorzaak voor de vasculitis gevonden en volgt behandeling met medicijnen die de verstoorde afweer weer reguleert, waardoor de vaatontsteking rustiger wordt. Meestal is het een combinatie van prednison en andere geneesmiddelen zoals Azathioprine, Methotrexaat of Endoxan ( in tablet vorm en soms in een infuus). Tegenwoordig zijn er voor bepaalde soorten vasculitis ook nieuwere middelen beschikbaar zoals Rituximab en Tocilizumab (via een infuus), indien eerder genoemde medicijnen onvoldoende werken of teveel bijwerkingen geven. Wanneer u nog meer wilt weten over vasculitis, dan is het mogelijk om contact op te nemen met het Reumafonds ( reumalijn 0900-2030300 of website

www.reuma-online.nl) of de Wegener Stichting (072-5090909 of website fws.info@vasculitis.nl) of uiteraard met uw behandelend reumatoloog.


Morbus Bechterew en Pseudo-Bechterew 

Dr. Marcel Franssen, reumatoloog legt uit wat het verschil is bij de diagnose Morbus Bechterew en Pseudo-Bechterew. Rugklachten komen heel veel voor, ook op jonge leeftijd. Een van de hoofdklachten van mensen met de ziekte van Bechterew vormen lage rugklachten.

De ziekte van Bechterew is op zichzelf een zeldzame aandoening, ongeveer 0.2% van de gehele volwassen bevolking heeft deze ziekte. Hierdoor wordt deze diagnose vaak gemist of laat gesteld, wat heel begrijpelijk is. Daar komt nog bij, dat in het begin van de ziekte het lichamelijk onderzoek, laboratorium- en röntgenonderzoek ons helemaal in de steek laat; er wordt niets gevonden! Kunnen we daar niets aan doen? Ja zeker, door te blijven denken aan deze ziekte bij jonge mensen met lage rugklachten. Deze rugklachten gaan gepaard met een ochtendstijfheid en bedrust doet de klachten toenemen: het is juist goed om te bewegen. De pijn wordt in de loop van de dag ook wat minder. De pijn is het hevigst in de nanacht en ochtend. Ook wordt de pijn veel minder na het gebruik van ontstekingsremmende pijnstillers als naproxen. 

In de familie kan de ziekte voorkomen, maar dat is zeker niet altijd het geval. We weten dat de ziekte een erfelijke achtergrond heeft, die we kunnen zien in het bloed. We vinden dan een positieve HLA-B27 bepaling. Toch wordt nog steeds de fout gemaakt om - wanneer men deze erfelijke factor vindt bij iemand met rugklachten - het dan voor zeker aan te nemen dat het de ziekte van Bechterew betreft. Immers, ongeveer 8% van de Nederlandse bevolking is HLA-B27 positief, slechts 2% van deze mensen krijgt of heeft de ziekte van Bechterew, de rest mankeert niets wat dat betreft! Een heel gevoelig onderzoek is een MRI van het heiligbeen-bekkengewricht (zogenaamde SI-gewricht). Daarop kun je al in een vroeg stadium ontstekingen zien. Zijn op de MRI geen ontstekingen zichtbaar, dan wordt het wel heel onwaarschijnlijk dat iemand de ziekte van Bechterew heeft. Dan komen we in het gebied van de Pseudo- Bechterew terecht. Het voorzetsel “pseudo” wil zeggen dat de klachten lijken op een Bechterew. Een Pseudo-Bechterew is geen Bechterew, omdat een ontsteking in de rug of SI-gewricht niet kan worden aangetoond en de patiënt toch klachten heeft, die op de ziekte kunnen wijzen. 

Patiënten met deze ziekte kunnen een scala van klachten hebben:

  • De hierboven beschreven rugklachten.

  • Eenzelfde klacht, maar dan van de borstwand, dus pijn op de borst in de nanacht en ochtend met stijfheid en een benauwd gevoel, dat in de loop van de dag weer verdwijnt.

  • Een gewrichtsontsteking van meestal de beengewrichten zoals knie en enkel.

  • Aanhechtingspijnen vooral rond de bekkenkam en hiel, maar ook in de armen en benen.

  • Huidverschijnselen en nagelveranderingen, die passen bij een psoriasis.

  • Slijmvliesdefecten in de mond en darmen passend bij de ziekte van Crohn. Dit laatste is een reumatische ontsteking van de darmen en gaat gepaard met buikkrampen en een bloederige diarree.

  • Daarnaast komen bij deze patiënten in de familie vaak mensen voor met de ziekte van Bechterew, psoriasis, ziekte van Crohn of een gewrichtsontsteking zonder bekende oorzaak.

  • Ook de erfelijke factor HLA-B27 komt vaker voor, maar minder vaak dan bij de ziekte van Bechterew.

U begrijpt dat dit een ingewikkelde materie is en dat daarvoor verwijzing naar de reumatoloog noodzakelijk is. Zo ziet u dat de diagnostiek bij de ziekte van Bechterew niet gemakkelijk is om een aantal bovenvermelde redenen. Mede hierdoor en doordat het weinig voorkomt in de praktijk, is het voor de huisarts erg moeilijk om de diagnose te stellen. Dus bij twijfel is overleg met een reumatoloog altijd mogelijk en zelfs nodig.


Veranderingen in vergoeding van fysiotherapie

Met ingang van 2012 zijn er een paar veranderingen gekomen voor fysiotherapie in de basisverzekering. Marcel Flendrie, reumatoloog, geeft uitleg wat de veranderingen voor gevolgen heeft voor mensen met klachten van het bewegingsapparaat.

Veranderingen in de vergoeding voor fysiotherapie

Jaarlijks gaan ongeveer 3 miljoen mensen naar de fysiotherapeut, veelal met klachten of aandoeningen van het bewegingsapparaat. Met ingang van 2012 zijn er een paar veranderingen gekomen in de vergoeding voor fysiotherapie in de basis verzekering. Dit kan gevolgen hebben voor mensen met een aandoening van het bewegingsapparaat, die op dit moment of het komend jaar naar de fysiotherapeut gaan.

Het doel van fysiotherapie is het voorkomen, verbeteren of compenseren van problemen van ons houdings- en bewegingsapparaat via verschillende technieken. Met name de oefentherapie leidt tot wetenschappelijk bewezen functie verbetering en pijn vermindering. Het is belangrijk dat we ons realiseren dat de meeste winst hier te behalen valt uit relatief eenvoudige oefeningen en training. De fysiotherapeut kan hier richting aan geven bij mensen met fysieke beperkingen, zeker in de opstartfase, maar het uiteindelijke succes zal meer en meer afhangen van de eigen actieve inbreng en inzet van patiënten. Letterlijk en figuurlijk vaak een kwestie van de lange adem!

Hieronder volgt een korte beschrijving van de wijzigingen in de vergoeding voor fysiotherapie. Deze wijzigingen gelden voor mensen van 18 jaar en ouder. Voor kinderen gelden andere vergoedingsregels.

Vergoeding van fysiotherapie vanuit het basispakket

Vanuit het basis pakket worden alleen behandelingen vergoed indien de aandoeningen waarvoor de fysiotherapie wordt aangevraagd op de zogenaamde ‘chronische lijst’ staan. Indien de aandoening niet op deze lijst vermeldt staat, is er dus geen vergoeding vanuit het basis pakket. Een belangrijke wijziging is dat de behandeling alleen vergoed wordt vanaf de 21ste behandeling. De eerste 20 behandelingen worden dus niet vergoed vanuit het basis pakket (dit was voorheen 12 behandelingen). Het hangt dus van uw aanvullende verzekering af of u eventueel wel voor vergoeding in aanmerking komt.

Vergoeding voor een aantal chronische aandoeningen stopt.

Een tweede belangrijke wijziging is dat de lijst ‘chronische aandoeningen’ is ingekort, d.w.z. steeds minder chronische aandoeningen komen voor behandeling in aanmerking. Aandoeningen van het bewegingsapparaat die vanaf 2012 niet meer voor vergoeding vanuit het basis pakket in aanmerking komen zijn: reumatoïde artritis of chronische reuma; chronische artritis (chronische gewrichtsontsteking niet nader gespecificeerd), spondylitis ankylopoetica (de ziekte van Bechterew), reactieve artritis, juveniele (idiopatische) chronische artritis en wervelfractuur als gevolg van osteoporose.

Ook verschillende hartproblemen gelden niet meer als indicatie voor vergoeding vanuit het basis pakket. Heeft u een van bovenstaande aandoeningen, dan stopt de vergoeding vanuit het basispakket per 1 januari 2012, tenzij de al behandeling in 2011 is gestart. De volledige lijst van aandoeningen die nog wel voor vergoeding uit het basis pakket in aanmerking komen is te vinden op de website: www.veranderingenindezorg.nl

Als u in 2011 al fysiotherapie kreeg en de behandeling loopt door

Indien u in 2011 bent begonnen met chronische fysiotherapie en deze behandeling loopt door in 2012 voor een aandoening die zowel in 2011 als in 2012 op de chronische lijst staat, dan gelden de regels uit 2011. Dit wil zeggen dat u de eerste 12 behandelingen niet vergoed krijgt uit het basis pakket (de ‘oude’ situatie), maar wel vanaf de 13e behandeling. U hoeft niet alsnog behandeling 13 tot en met 20 zelf te betalen wanneer deze (gedeeltelijk) in 2012 plaatsvinden.

Vergoeding van therapie vanuit een aanvullend pakket

Of u voor een vergoeding vanuit uw aanvullende zorgverzekering in aanmerking komt is afhankelijk van uw polis. Ik raad u aan om uw polisvoorwaarden hierop goed na te kijken en bij vragen contact op te nemen met uw zorgverzekeraar. Ook kunt u op de website http://www.defysiotherapeut.com/bent-u-goed-verzekerd_.html informatie vinden over de vergoeding. Op deze site staat ook een overzicht van alle aanvullende verzekeringen met hun verschillende vergoeding van fysiotherapie (http://www.defysiotherapeut.com/bent-u-goed-verzekerd/dekkingsoverzicht071211.pdf). P.s. Ik heb dit laatste dekkingsoverzicht niet gecheckt op juistheid en volledigheid.

Tot slot

We kunnen concluderen dat de vergoeding voor chronische fysiotherapie de laatste jaren uitgekleed wordt. Hierdoor zal ook de fysiotherapie zelf veranderen. Het accent zal in de toekomst meer en meer komen liggen op een adviserende rol van de fysiotherapeut. Denk hierbij aan het opstarten van medische trainingstherapie en vormen van fysiofitness. Er zal hierbij een actievere en meer zelfstandige inbreng van patiënten verlangd worden. Het zelfstandig oefenen zal meer centraal komen te staan in het onderhouden van onze gezondheid. Ik wens iedereen hierbij succes en een actief 2012!

***

Naar boven? Dubbelklik op een willekeurige plaats van de pagina

***

 

Copyright Reumapatiëntenvereniging Nijmegen e.o.